Afwatering in Midden-Delfland
De afwatering van overtollig water in Midden-Delfland vindt plaats in zuidelijke
richting op de Nieuwe Waterweg. De meeste polders behoorden vroeger tot
de Westambachten, die afwateren via de sluizen bij Vlaardingen en
Maassluis. Alleen de Voordijkshoornse- en Harnaschpolder behoorden tot de Oostambachten
en gebruikten de sluizen bij Schiedam. Tegenwoordig maken alle polders de
gemeente Midden-Delfland gebruik van de boezem van het Westland. Oorspronkelijk kon het
gebied afwateren op een natuurlijke manier via de Maas. In de 13e eeuw legde men
al sluizen aan voor afwatering naar het zuid-oosten. In de 14e eeuw verlegde men
de afwateringsluizen naar de huidige plaatsen in de gemeenten Maassluis en
Vlaardingen. Doordat het maaiveld voortdurend daalde was het nodig om een
boezemgestel te graven, zoals de Gaag (naar Maassluis) en Vlaardingsevaart (naar
Vlaardingen). Men gebruikte getijdensluizen maar vanaf de 15e eeuw kwamen de
windmolens meehelpen. In de 19e eeuw werd de wateroverlast zo groot dat er gemalen
moest worden gebouwd. Eerst was daar het stoomgemaal Van der Goes
bij de Vijfsluizen, Schiedam (1864) en later het dieselgemaal Mr. Dr.
C.P. Zaayer
in Maassluis (1928). Ook de polders stichtten stoomgemalen om onafhankelijk te
zijn van windkracht. In de eerste helft van de 20e eeuw vervingen de meeste
polderbesturen de stoommachines voor diesel- en elektrische installaties. Vaak
werden deze in de oude gebouwen geplaatst. De volgende tabel geeft een
overzicht van de gemalen in de polders van de Midden-Delfland: Meer informatie in de Molendatabase
op internet. In de Groeneveldsepolder, aan de Groeneveldsche- of Monstersewatering, staat
de enige overgebleven windmolen uit 1719 en is nog operationeel. Hij dient nog
als hulpgemaal voor het ernaast gelegen elektrische gemaal. Een aantal polders
(de Harnaschpolder, de Woudsepolder, de Klaas Engelbrechtspolder en de
Holierhoekse en Zouteveensepolder) bestond vroeger uit meerdere delen met
verschillende waterpeilen, elk met een eigen windmolen. Bij de verwijdering van een
molen werd de bemaling dikwijls gecombineerd. De hoge delen waterden dan af naar
lagere delen. Alleen de Hooipolder (deel van de Harnaschpolder) heeft nog een
eigen gemaal. De Holierhoeksepolder en Zouteveensepolder hadden tot 1936 elk een
eigen gemaal. De Zweth (huidige gemeentegrens tussen gemeente Midden-Delfland en Vlaardingen)
scheidde de twee polderdelen. Het Zwethgemaal hield op in 1936 en werd in 1980
afgebroken. In 1971 werden de polders die begrensd werden door de Gaag, de
Vlaardingsevaart en de Delftse Schie opgeheven en vormen nu het bemalingsgebied
Vockestaart. Het gaat hier om de Holierhoekse- en Zouteveensepolder, de
Kerkpolder, de Lage Abtwoudsepolder (van Delft) en de Polder Noord-Kethel
(Schiedam). De afzonderlijke polderdelen hebben nog wel hun eigen gemalen. 30 augustus 2007
|